Een spiegel die nét te hoog hangt, verliest al snel zijn functie én zijn sfeer. Bij wandspiegels ophangen is de hoogte daarom minstens zo bepalend als de vorm, lijst of kleur. Hang je hem op de juiste plek, dan vangt hij daglicht, laat hij een ruimte groter voelen en vormt hij een rustige blikvanger in je interieur.
Wandspiegels ophangen: welke hoogte is goed?
Voor de meeste wandspiegels geldt een prettig uitgangspunt: hang het midden van de spiegel op ongeveer 150 tot 160 centimeter vanaf de vloer. Dat is gemiddeld ooghoogte en zorgt ervoor dat de spiegel natuurlijk aanvoelt wanneer je erlangs loopt of erin kijkt.
Toch is dit geen harde woonregel. In een hal wil je vooral je outfit of kapsel kunnen controleren voordat je de deur uitgaat. Daar mag een passpiegel dus lager beginnen en hoger doorlopen. Boven een dressoir, bank of wastafel draait het juist meer om verhouding. De spiegel hoeft dan niet per se op ooghoogte te hangen, maar moet mooi aansluiten bij het meubel en de wand eromheen.
Kijk ook naar wie de ruimte gebruikt. In een gezin met jonge kinderen kan een spiegel in de gang iets lager juist leuk en praktisch zijn. In een hoge woonkamer met een groot plafond mag een grotere spiegel wat hoger hangen, zolang hij visueel verbonden blijft met de meubels eronder.
De juiste hoogte per ruimte
In de hal
De hal is de plek waar een spiegel vaak het hardst werkt. Hij geeft je een laatste blik voordat je vertrekt en laat een smalle entree direct lichter lijken. Hang een verticale passpiegel zo dat je jezelf grotendeels of helemaal kunt zien. De onderkant mag vaak 20 tot 35 centimeter boven de vloer beginnen, afhankelijk van de lengte van de spiegel.
Kies je voor een ronde of ovale spiegel boven een smal wandtafeltje? Houd dan ongeveer 15 tot 20 centimeter ruimte tussen het meubel en de onderkant van de spiegel. Zo blijft het een geheel, zonder dat alles tegen elkaar geplakt lijkt.
Boven een dressoir of sidetable
Een spiegel boven een dressoir brengt rust en hoogte in een hoek die anders snel vlak oogt. Laat tussen het blad en de spiegel meestal 15 tot 25 centimeter vrij. Bij een laag dressoir kan 20 centimeter mooier zijn, terwijl een hogere sidetable vaak beter uitkomt met iets minder tussenruimte.
De breedte is hierbij bijna net zo belangrijk als de wandspiegels ophangen hoogte. Een spiegel die ongeveer twee derde tot driekwart van de breedte van het meubel beslaat, geeft meestal de meest uitgebalanceerde uitstraling. Een kleine spiegel boven een breed dressoir kan wat verloren ogen, tenzij je hem bewust combineert met wandlampen, lijsten of decoratieve objecten.
Boven de bank
Boven een bank wil je sfeer toevoegen zonder dat de wand onrustig wordt. Hang de onderkant van de spiegel ongeveer 20 tot 30 centimeter boven de rugleuning. Bij een lage bank kan dat iets lager, maar zorg dat de spiegel niet voelt alsof hij op de bank rust.
Een grote ronde spiegel verzacht de rechte lijnen van een bank en salontafel. Een hoge, smalle spiegel werkt juist mooi naast de bank, bijvoorbeeld met een vloerlamp en een vaas met takken erbij. Plaats een spiegel niet alleen omdat er een lege plek is: kijk eerst wat hij weerspiegelt. Een raam, mooie lamp of rustige wand is prachtig. Een volle keuken of rommelig hoekje liever niet.
In de badkamer
Boven de wastafel hangt de spiegel vaak functioneler. Houd ongeveer 10 tot 20 centimeter ruimte aan tussen wastafel of meubel en de onderkant van de spiegel. De bovenkant bepaal je vervolgens aan de hand van de langste gebruiker, zodat iedereen comfortabel in de spiegel kan kijken.
Heb je een dubbele wastafel? Dan kun je kiezen voor één brede spiegel of twee kleinere spiegels. Twee ronde spiegels geven een speels en hotelachtig effect, zeker in combinatie met wandverlichting. Eén grote spiegel laat een compacte badkamer optisch ruimer voelen.
Bij de eettafel
Een spiegel in de eetkamer maakt vooral verschil in sfeer. Hij weerkaatst het licht van een hanglamp, kaarsen en servies en geeft een lange wand meer diepte. Hang hem niet te hoog: de onderkant mag doorgaans 25 tot 35 centimeter boven de rugleuning van stoelen of boven een lage kast uitkomen.
Let hier extra op de reflectie. Een spiegel tegenover een raam zorgt overdag voor extra licht, maar kan ook fel zijn wanneer de zon precies naar binnen valt. Hangt hij tegenover een sfeervolle lamp of een mooi gedekte tafel, dan versterkt hij juist het gezellige moment aan tafel.
Grootte, vorm en kijklijn horen bij elkaar
De ideale hoogte wordt beïnvloed door de vorm van je spiegel. Een ronde spiegel heeft een duidelijk middelpunt en hangt meestal het mooist wanneer dat middelpunt rond ooghoogte zit. Bij een hoge rechthoekige spiegel kijk je meer naar de totale lengte: die mag lager starten, zeker als je hem als passpiegel gebruikt.
Een organische spiegel vraagt om iets meer gevoel. Door de asymmetrische vorm lijkt hij snel scheef, ook als hij technisch recht hangt. Plak voordat je gaat boren een papieren mal op de muur of laat iemand de spiegel op de gewenste plek vasthouden. Loop vervolgens een paar stappen achteruit en beoordeel hem vanuit verschillende hoeken. Dat voorkomt dat je later blijft twijfelen over een paar centimeter.
De kijklijn is minstens zo waardevol als een meetlint. Staat de spiegel in een zithoek, ga dan ook echt op de bank zitten. Hangt hij in de hal, bekijk de positie terwijl je bij de voordeur staat. Zo zie je direct of de spiegel prettig in beeld komt en of hij het mooiste deel van de ruimte terugkaatst.
Eerst passen, dan pas boren
Een paar minuten voorbereiding voorkomt onnodige boorgaten en maakt het ophangen een stuk ontspannen. Meet de spiegel op, bepaal het middenpunt en markeer de positie licht met potlood of schilderstape. Meet vervolgens niet alleen vanaf de vloer, maar ook vanaf het meubel eronder en de zijkanten van de wand.
Controleer voor je begint deze vier punten:
- hangt de spiegel in verhouding tot het meubel of de vrije wand?
- zie je vanuit de ruimte een mooie reflectie?
- zit er genoeg afstand tot schakelaars, deuren en wandlampen?
- past het bevestigingsmateriaal bij het gewicht van de spiegel en het type muur?
Maak van de spiegel een sfeervol hoekje
Een wandspiegel krijgt meer uitstraling wanneer hij onderdeel wordt van een klein stylingmoment. Boven een dressoir kun je bijvoorbeeld werken met een lage schaal, een paar kandelaars en een vaas met seizoensbloemen of takken. Houd de decoratie laag genoeg, zodat de spiegel zichtbaar blijft en het geheel luchtig oogt.
Ook verlichting doet veel. Wandlampen aan weerszijden van een spiegel geven symmetrie en een warme gloed. Eén tafellamp op een sidetable zorgt juist voor een losser, huiselijk effect. De spiegel weerkaatst dat licht en geeft de hoek in de avond extra diepte.
Heb je een kleine ruimte? Kies dan niet automatisch voor de grootste spiegel die je kunt vinden. Een te groot exemplaar kan een smalle wand overheersen. Soms brengt een middelgrote ronde spiegel met een mooie lijst precies de warmte die een ruimte nodig heeft. In een ruime woonkamer of hoge hal mag je juist wel uitpakken met een grote spiegel die de wand karakter geeft.
Een spiegel hoeft dus niet kaarsrecht volgens een vaste maatregel te hangen. De mooiste positie is die waarin hij klopt met je meubels, licht en dagelijkse gebruik. Neem de tijd om te kijken voordat je boort - die paar centimeter verschil kan je hal, woonkamer of badkamer verrassend veel sfeervoller maken.
